Geschiedenis
Doopsgezinde VERMANING, gesitueerd op ruim erf aan de westzijde van de straat
en hiervan door een ijzeren spijlenhek gescheiden. De in sobere trant opgetrokken
vermaning werd in 1899 gebouwd ter vervanging van een houten voorganger die zich
op een terrein achter de huidige kerk bevond.
De vermaning staat met de noklijn gerend ten opzichte van de weg.
Op rechthoekig grondplan gebouwde vermaning onder zadeldak met zwarte Hollandse pan.
Het muurwerk is boven een hoge gecementeerde plint opgetrokken in rode baksteen met
spaarzaam gebruik van hardsteen en cementpleister ter decoratie. Het muurwerk wordt
door lisenen met boogfriezen in traveeën verdeeld: de voor- en achtergevel hebben
elk drie traveeën, de beide zijgevels elk vijf traveeën.
Naast de geleding door
lisenen en boogfriezen heeft het muurwerk een horizontale geleding ter hoogte
van de onderdorpels van de vensters. De overgang naar minder zwaar muurwerk
wordt hier opgevangen door een omgaande lekdorpel in rode baksteen. In de
lisenen is deze overgang in hardsteen uitgevoerd. De voorgevel heeft in de
centrale travee de ingangspartij, bestaande uit een trappartij die leidt
naar een in portiek geplaatste dubbele paneeldeur met getoogd bovenlicht.
De portiek heeft een frontonachtige afsluiting in cementpleister. Het
muurwerk boven deze afsluiting heeft een klein ijzeren radvenster.
De traveeën aan weerszijden van de centrale travee hebben elk een boogvormig
ijzeren 24-ruits venster.
De beide zijgevels hebben in vier traveeën
dezelfde getoogde ijzeren 24-ruits vensters als in de voorgevel. De travee
direct na de voorgevel heeft een klein ijzeren radvenster.
Tegen de achterzijde (W) bevindt zich de consistoriekamer, een rechthoekig
éénlaags volume onder half schilddak met zwarte Hollandse pan.
De
consistoriekamer heeft twee (gewijzigde) T-vensters in de westgevel
en een paneeldeur in de noordgevel. Noord- en zuidgevel hebben een
spaarveld ter grootte van de vensters in de westgevel.
Het interieur heeft een houten kapbeschot (schuine zijvlakken, vlak
plafond) en is merendeels in oorspronkelijke staat bewaard gebleven.
Het interieur bevat onder meer preekstoel, bankenplan en twee kroonluchters
uit de bouwtijd.
Onder het orgel bevindt zich een gedenksteen met tekst
en jaartal van de eerste steenlegging in 1899.
Het spijlenhek is gedecoreerd en staat op een voeting in rode baksteen
en hardsteen. De voeting heeft bogen met spaarvelden onder het maaiveld.
Orgel en orgelkas zijn niet van waarde uit het oogpunt van monumentenzorg.
De eclecktische vermaning met bijbehorend hekwerk uit 1899 is van algemeen
belang wegens architectuurhistorische en cultuurhistorische waarde vanwege
de gaaf bewaard gebleven hoofdvorm en detaillering en vanwege de historisch-
functionele en ruimtelijke relatie met de aangrenzende pastorie. -bron:monumentenzorg-